Naar de hoofdinhoud
Wijngaard

Champagne wil twee nieuwe druivenrassen toelaten

De lijst met druivenrassen die voor champagne mogen worden gebruikt, wordt mogelijk uitgebreid met Serelis en Orellis. Beide rassen zijn beter bestand tegen meeldauw en moeten wijnbouwers helpen het gebruik van bestrijdingsmiddelen terug te dringen. De toelating is nog niet definitief.

Redactie Champagnenieuws
Gepubliceerd 1 september 2026

Jon Gudorf

In het kort

  • Druivenrassen: Serelis en Orellis, beide wit.
  • Doel: minder schimmelbestrijdingsmiddelen door betere weerstand tegen echte en valse meeldauw.
  • Status: voorgesteld voor toelating op proef; nog niet definitief.
  • Aanplant: samen met Voltis maximaal 5% van het wijngaardareaal per producent, met een uitzondering nabij gevoelige locaties.
  • Assemblage: samen met Voltis maximaal 10% van de champagne.
  • Toezicht: deelname vereist een overeenkomst en monitoring.

Het Franse Institut national de l’origine et de la qualité, de INAO, heeft een wijziging van de productieregels voor Champagne in behandeling genomen. In het voorstel worden Serelis en Orellis toegevoegd aan de druivenrassen die binnen de appellation mogen worden aangeplant en gebruikt. Champagne mag nu hoofdzakelijk worden gemaakt van chardonnay, pinot noir en meunier. Daarnaast zijn arbane, petit meslier, pinot blanc, pinot gris en chardonnay rosé toegestaan. Sinds enkele jaren mag op beperkte schaal ook Voltis worden gebruikt. Serelis en Orellis zouden net als Voltis niet als volwaardige hoofdrassen worden toegelaten. Zij krijgen de status van variétés d’intérêt à fin d’adaptation: druivenrassen die bij wijze van proef mogen worden gebruikt om de wijnbouw aan veranderende omstandigheden aan te passen.

Minder gevoelig voor meeldauw

Serelis en Orellis zijn witte druivenrassen die voortkomen uit het Franse onderzoeksprogramma ResDur. Binnen dat programma ontwikkelt landbouwinstituut INRAE nieuwe druivenrassen die van nature beter bestand zijn tegen valse en echte meeldauw. Meeldauw is een schimmelziekte. De valse en echte meeldauw vormen een belangrijk probleem in de wijnbouw. Vooral tijdens vochtige groeiseizoenen moeten wijnstokken meerdere keren worden behandeld om aantasting van bladeren en druiven te voorkomen.

Serelis en Orellis beschikken elk over drie erfelijke weerbaarheidsfactoren tegen valse meeldauw en drie tegen echte meeldauw. Volgens INRAE kan het gebruik van zulke rassen het aantal behandelingen met schimmelbestrijdingsmiddelen met ongeveer 80 tot 90 procent verminderen. Volledig zonder behandelingen kunnen de rassen niet worden geteeld. INRAE adviseert minimaal twee behandelingen per seizoen om te voorkomen dat de ziekteverwekkers de opgebouwde weerstand doorbreken.

De rassen werden in februari 2026 opgenomen in de officiële Franse rassenlijst. Dat betekent dat het plantmateriaal in Frankrijk mag worden geproduceerd en verkocht. Het betekent nog niet automatisch dat de druiven ook binnen iedere beschermde wijnbenaming mogen worden gebruikt. Daarvoor moeten de productieregels van de betreffende appellation afzonderlijk worden aangepast.

Gebruik blijft beperkt

Het voorstel geeft wijnboeren niet onbeperkt ruimte om de nieuwe rassen aan te planten. Serelis, Orellis en Voltis mogen gezamenlijk maximaal 5 procent van de wijngaardoppervlakte van een producent beslaan. Voor wijngaarden op minder dan twintig meter van woningen en andere gevoelige locaties geldt een uitzondering. De oppervlakte met resistente rassen op die plaatsen telt niet mee bij de berekening van de grens van 5 procent. Daarmee wil de sector juist rondom bewoonde gebieden het gebruik van bestrijdingsmiddelen verder beperken.

Ook in de uiteindelijke champagne blijft het aandeel klein. Minimaal 90 procent van een assemblage moet bestaan uit de traditionele toegestane druivenrassen. De nieuwe resistente rassen mogen samen maximaal 10 procent uitmaken. Een champagne die uitsluitend van Serelis, Orellis of Voltis is gemaakt, blijft verboden.

Daarnaast mogen producenten niet zelfstandig besluiten de rassen te gebruiken. Deelname vereist een overeenkomst tussen de producent, de wijnmaker, de uiteindelijke champagneproducent, de sectororganisatie en de INAO. Daardoor kunnen de aanplant, vinificatie en resultaten gedurende de proefperiode worden gevolgd.

Nog geen definitieve toestemming

Het nationale wijncomité van de INAO stemde op 18 juni in met het ontwerp. Op 29 juli werd een nationale bezwaarprocedure geopend. Belanghebbenden hebben twee maanden de tijd om gemotiveerd bezwaar te maken tegen de voorgestelde wijzigingen. Pas na behandeling van eventuele bezwaren kan de definitieve tekst worden vastgesteld en juridisch worden bekrachtigd. Serelis en Orellis zijn daardoor nog niet definitief toegelaten voor de productie van champagne.

De voorgestelde uitbreiding laat zien dat Champagne voorzichtig meer ruimte maakt voor nieuwe druivenrassen. De sector houdt daarbij vast aan het karakter van de bestaande assemblages: de nieuwe rassen mogen slechts een klein aandeel innemen en worden voorlopig vooral ingezet om ervaring op te doen met ziektebestendige wijnstokken.

Bronnen

  1. INAO: ontwerp productieregels Champagneprimaire bron

Gerelateerd